#rethinklighting in de praktijk

Moeten we straks de standaarden voor licht op de werkplek herdenken?

De uitvinding van het elektrisch licht was voor ons als mens een echte revolutie. Het zorgde er immers voor dat we ons werk en leven konden ontkoppelen van een normaal dag/nachtritme. Het zorgde en zorgt er echter ook voor dat we te kampen krijgen met een aantal negatieve gezondheidsgevolgen. 

Licht geldt immers voor ons als onze dagelijkse zeitgeber, onze dagelijkse pacemaker. Natuurlijk daglicht zorgt voor de synchronisatie van onze biologische klok. Het regelt voor een belangrijk deel ons bioritme en dus… ook onze slaap. Niet voor niets bestempelt het WHO vandaag nachtwerk als een bijzonder risico. Het verstoren van ons bioritme wordt vandaag in verband gebracht met kanker, maar ook met slaapstoornissen, vermindert onze cognitieve performantie enz.

90% van onze tijd spenderen we binnen

Ook onze dagelijkse gewoontes evolueren. We spenderen meer en meer van onze tijd binnen in gebouwen, op het werk en thuis, waardoor de impact van bovenstaande vaak nog erger is. We hebben vaak ook de kwalijke gewoonte om ons ’s avonds onder te dompelen in licht dat komt van smartphones en tablets. In vele gevallen is er vaak echt sprake van een jetlag, een verschuiving van ons bioritme.

 Toch zijn de meeste van onze standaarden met betrekking tot licht op de werkplek vooral gefocust binnen het visueel domein, voldoende licht om te kunnen zien, om onze taak goed te kunnen uitvoeren. De laatste review van de EN12464-1 in augustus 2021 biedt gelukkig intussen wel al een aantal aanbevelingen, maar deze behoren nog steeds niet tot de echte standaard. Ook andere systemen zoals de International WELL Building Standard zetten gelukkig duidelijke stappen in de richting van het niet-visuele gebied. Licht die we nodig hebben, niet alleen om te kunnen zien, maar ook om te kunnen functioneren.

Meer licht!

 

Eén van de zaken waar er een duidelijke consensus is, is dat we meer licht nodig hebben overdag. We beseffen het vaak niet, maar overdag krijgen we binnen maar ongeveer een halve procent binnen van het licht buiten, zelfs op een bewolkte dag. Het verschil tussen licht binnen en natuurlijk daglicht buiten is met andere woorden héél groot.

Onze visie hierop wordt vandaag ook vaak bijkomend nog wat vertroebeld door onze honger naar energiebesparing. Een race tot het bot voor de kortste terugverdientermijn, maar die helaas vaak geen rekening meer houdt met de kwaliteit van het licht waaraan we worden blootgesteld.

De wetenschap leert ons nochtans al sedert begin de jaren 2000 dat ons oog naast de klassieke staafjes en kegeltjes ook nog een receptor bevat voor deze niet-visuele stimuli van licht, de ipRGC’s. Deze laatste receptoren vangen informatie op en bezorgen deze aan de nucleus suprachiasmaticus in onze hersenen, de centrale pacemaker voor ons bioritme.  Ons bioritme, of ons circadiaans ritme heeft ook een lengte van ongeveer 24 uur en vereist een dagelijkse synchronisatie.

Voldoende daglicht. Ga naar buiten.


Eén van de belangrijkste aanbevelingen uit vele onderzoeken begint met een eenvoudig advies : heldere dagen en donkere nachten. Ontwerp van gebouwen moet dan ook rekening houden met maximale toetreding van daglicht en werkposten die zich zo gunstig mogelijk bevinden ten opzichte van dat daglicht. Spendeer dan ook zoveel als kan wat tijd buiten overdag. Een simpel maar zeer degelijk lichtadvies.

Een lijstje met 7 tips

 

Gezien we als mens graag lijstjes hebben, geef ik ook in onderstaand lijstje een aantal recente aanbevelingen uit onderzoek van CIBSE en BRE Research :

  1. Hanteer tussen 10 uur ’s ochtends en 14 uur in de namiddag hogere lichtniveau’s dan normaal, met een lichtspectrum die ook wat blauw licht bevat. Er wordt verwacht dat hier een nieuwe maateenheid, MEDI of melanopische lux zijn ingang zal vinden. De aanbeveling hier is 250 MEDI lux tijdens gewone kantooruren, voor iedereen die binnen in een gebouw werkt. Wordt zeker nog vervolgd.
  2. Verminder het licht naar het einde van de dag en verlaag ook de kleurtemperatuur naar warmer licht. Concreet : lichtkleuren van het type 4000K zijn voor onze werkplek, thuis gebruiken we best 2700K als lichtkleur en gedimd.
  3. Maak maximaal gebruik van plafonds en wanden om licht te reflecteren. Maak dus gebruik van lichte kleuren voor de inrichting van je kantoor. Hoewel zwart vandaag een modekleur is in kantoren, heeft het helaas een nefast effect op de manier hoe we licht beleven. Het gebruik van staande lampen, met ook indirect licht naar boven en het gebruik van verlichting op de muur vindt hier opnieuw zijn weg, terug van weggeweest.
  4. Gebruik goede kwalitatieve LED verlichting voor je werkplek om verblinding en flikkering van het licht te vermijden. Balanceer ook visueel je directe omgeving en vermijd zeer licht gekleurde reflecterende werkbladen. Een mat werkblad is de beste keuze, maar ook een matte onderlegger kan hier het werk doen.
  5. Als het kan, varieer dan de verlichting overdag op een zeer vloeiende manier. Betrouwbare sturing is een must om het comfort van de gebruiker niet te verstoren.
  6. Er is ook een menselijke factor aan licht. De beleving is vaak voor iedereen anders. Het is niet altijd evident, maar waar de mogelijkheid bestaat is er een duidelijke voorkeur voor individuele, persoonlijke controle van het licht waaronder men werkt.
  7. Last but not least, maar zorg ook voor de nodige sensibilisering. Leg aan gebruikers uit hoe een lichtsysteem werkt, waarom het zo belangrijk is.

Heb je nog vragen over licht op je werkplek? Neem dan gerust contact op. We helpen je graag verder.

Een medewerker die zich goed voelt op de werkvloer
Nooit belangrijker dan nu